
Mirjam van ‘t Veld: gedeeld eigenaarschap in een wankele wereld
De protocollen, de begroting of de mens?
GESPROKEN WOORD GELDT.
Speech Mirjam van ‘t Veld, Lezing 'de Tijdgeest', 1 april 2025, leestijd: 15 minuten
Beste mensen,
Twee tijdgeestlezingen, en voor de tweede keer nodigt u een Groninger uit om te reflecteren op de stand van de wereld. Blijkbaar voelen wij de tijdgeest goed aan.
Een van de bekendste Groningers aller tijden, de cultuurhistoricus Johan Huizinga, stond daar in ieder geval wel om bekend. In de jaren dertig van de vorige eeuw, schreef hij de volgende, beroemde woorden:
“Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het. Het zou voor niemand onverwacht komen, als de waanzin eensklaps uitbrak in een razernij (..)”[i]
Meestal citeert men niet verder, maar ik doe dat vandaag wel:
“Wij zien voor oogen, hoe bijna alle dingen, die eenmaal vast en heilig schenen, wankel zijn geworden: waarheid en menschelijkheid, rede en recht. Wij zien staatsvormen, die niet meer functioneeren, productiestelsels, die op bezwijken staan. Wij zien maatschappelijke krachten, die in het dolzinnige doorwerken. De dreunende machine van dezen geweldigen tijd schijnt op het punt om vast te loopen.”
Einde citaat.
Jullie hebben inmiddels begrepen dat Huizinga geen optimist was. In tegendeel.
Hij was een “man die zijn wereld in zag storten”.[ii]
Nu ben ik niet zo’n pessimist als Huizinga, en onze tijd is niet de zijne, maar er is natuurlijk wel enige aanleiding om ons zorgen te maken. Over onze wankele wereld in het algemeen, en over de wereld van de geestelijke gezondheidszorg in het bijzonder. Er zijn ook wel wat aanknopingspunten om een beeld te vormen van onze tijdgeest. En met “wel wat”, bedoel ik eigenlijk: “heel veel”.
De overvloed aan artikelen, interviews en rapportages, de overdaad aan politieke vragen, debatten en moties, de ophoping van beleidsstukken, rapporten en evaluaties… Je moet zo langzamerhand onder een flinke steen hebben gelegen, om de tijdgeest in de GGZ niet mee te krijgen. Als je al die rapporten, artikelen en discussies tot je neemt, is het gemakkelijk om net als Huizinga somber te worden.
De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid schreef bijvoorbeeld vier jaar geleden al dat de toegankelijkheid en kwaliteit van de zorg in gevaar zijn. En dat juist op het gebied van jeugdzorg, de zorg voor kwetsbare ouderen, en, jawel, de GGZ, de kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg nu al tekortschieten.[iii]
Sindsdien is de situatie niet beter geworden. Twee maanden geleden nog kondigde de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd een nieuw onderzoek aan, naar ernstige incidenten veroorzaakt door mensen met onbegrepen gedrag.[iv] U kunt al zo ongeveer bedenken wat de uitkomsten van dat onderzoek zullen zijn.
Toch put ik ook hoop uit al die rapporten en artikelen. Al was het maar omdat niemand nog langer kan ontkennen dat er een probleem is. Maar ook omdat al die rapporten oplossingen aanreiken, die haalbaar zijn. En omdat iedereen die ik spreek, of het nou psychiaters, huisartsen, agenten of ambtenaren zijn - voelt dat het anders moet.
Er is dus hoop, maar daarover later meer.
Eerst wil ik reflecteren op de situatie nu, omdat wat er in de GGZ gebeurt, niet op zichzelf staat. Voordat we het over hoop hebben, moeten we daarom eerst enige wanhoop toelaten.
Er is namelijk een grote groep mensen die een gebrek aan grip ervaart.[v] Vooral jongeren, en mensen die het niet breed hebben, voelen dat zij de loop van hun leven niet zelf kunnen bepalen. En er is een groep mensen, voor wie de wereld misschien ook wel te ingewikkeld is geworden.
Dat gevoel dat je een speelbal bent van de omstandigheden, dat het leven je overkomt en dat je er niks aan kunt doen; dat gevoel is een bron van maatschappelijke onbehagen, het veroorzaakt gezondheidsklachten, en het zorgt ervoor dat sommige van die mensen steeds verder losraken van de wereld.
Deze onzekerheid raakt bovendien steeds meer mensen.Een vaste baan werd een flexibel contract en wordt straks misschien een robot. Liefde bestel je tegenwoordig via een app. En anonieme stemmen in callcenters ver weg beantwoorden vragen die herkenbaarheid en nabijheid vereisen. Huisartsen, bussen en scholen verdwijnen uit de dorpen. Bibliotheken, zwembaden en buurthuizen gaan dicht.[vi]
Loon, liefde, leven – alles lijkt steeds kwetsbaarder. [vii]
Tegelijkertijd leven we in een prestatiesamenleving. We doen alsof je er wel komt, als je maar hard genoeg werkt.[viii] Falen is je eigen schuld, en niet het gevolg van geluk of pech, je genen of wat je meekreeg van je ouders.
Deze onzekerheid in combinatie met een onrealistisch beroep op zelfredzaamheid, zorgt dat steeds meer mensen mentaal in de problemen komen.[ix] Mensen die we bovendien vaker tegenkomen in wijken waar de inkomens lager zijn, de huizen in slechtere staat, en de perspectieven voor jongeren grimmiger…
Ik weet dat ik zevenmijlslaarzen heb aangetrokken bij deze maatschappijkritiek. U vergeeft me dat vast.
Waar het om gaat, is dat we de omstandigheden hebben gecreëerd waarin meer mensen een beroep zullen doen op zorg, en op de GGZ; en dat het des te wranger is dat deskundigen nu al vaststellen dat de kwaliteit en de toegankelijkheid van de GGZ tekortschieten.[x]
Jullie kennen de problemen[xi]: een gebrek aan geld, mensen en bedden. Onuitvoerbare wetten, regels die tegenwerken, een gebrek aan overkoepelend beleid. Onvoldoende samenwerking, te weinig informatie-uitwisseling, te veel hokjesgeest, langs elkaar heen werken en afschuifgedrag.
In mijn dagelijkse praktijk, zie ik de gevolgen hiervan vooral als het gaat om mensen met onbegrepen gedrag. Ik weet dat jullie veel meer doen dan alleen deze mensen helpen, maar omdat onze werelden hier samenkomen, soms juist ook botsen, wil ik vandaag mijn perspectief delen als het gaat om deze doelgroep.
We hebben het inmiddels over 142.000 incidenten per jaar. Drie keer zoveel als vijftien jaar geleden. De politie rekende onlangs voor dat ze de politieformatie van drie middelgrote steden kwijt zijn aan deze meldingen.[xii]
In Groningen zijn het er zo’n 10 per dag. Ik zet de politie in Groningen eerlijk gezegd ook liever in om ondermijning en drugshandel tegen te gaan.
Deze enorme toename is een van voornaamste redenen waarom ik kritisch ben op ambulantisering. Ik weet dat de afname van de bedden niet 1-op-1 zorgt voor meer meldingen. Maar de samenleving voelt de afname van het aantal bedden wél. Zo concludeerde de Tweede Kamer vorig jaar, en ik citeer, dat “een duurzame overgang van zorg in ziekenhuizen en grote instellingen naar leven in de wijk en meedoen in de samenleving niet heeft plaatsgevonden.” [xiii] Einde citaat.
Er is een tekort aan passende, hoog-beveiligde bedden en begeleide woonplekken, en daardoor komt de complexe en vaak risicovolle doelgroep in wijken terecht waar ze ontregeld, overprikkeld en overvraagd raken.
Laten we even bij elkaar optellen wat ik tot nu toe heb gezegd. Steeds meer mensen komen in de knel, juist ook mentaal. De kwaliteit en toegankelijkheid van de GGZ schieten nu al tekort. De mensen die een groot risico vormen, komen terecht op plekken waar ze juist sneller ontregeld raken. Of, in de woorden van Johan Huizinga: de boel schijnt inderdaad “op het punt om vast te loopen”.
Hoe kan het dat we op dit punt zijn aanbeland?
Onlangs luisterde ik naar een boek van straatarts Michelle van Tongerloo.[xiv] Zij behandelt mensen die niet naar een huisarts kunnen of durven. Meestal wonen ze op straat. Ze komen bij haar met klachten zoals stress of pijn. Van Tongerloo merkte dat die klachten zelden medisch van aard zijn.
De mensen die zij spreekt hebben vaak een gebrek aan geld, of geen dak boven het hoofd.Ze hebben geen plek om tot rust te komen. En, zegt Van Tongerloo: vooral de GGZ is slecht toegankelijk voor de mensen die het eigenlijk het meest nodig hebben.
Telkens weer blijkt het voor een arts makkelijker om een pil voor te schrijven, dan om een gesprek aan te gaan over wat er aan de hand is.
Van Tongerloo speekt daarentegen buiten werktijd met haar patiënten af. Ze gaat met ze mee naar instanties. Ze probeert zo onderliggende problemen, zoals stress en onzekerheid weg te nemen. Soms geeft ze mensen ook gewoon geld.
Daar kun je van alles van vinden. Waar het mij om gaat is dat zij individueel doet, wat we collectief zijn verleerd. Zij reduceert patiënten niet tot hun klachten en de kwalen. Van Tongerloo kijkt in de eerste plaats naar de mens die bij haar komt.
En daar raken we de kern.
Want in de zorg in het algemeen, en in de GGZ in het bijzonder kun je bijna niet meer naar de mens kijken, als je gedwongen wordt altijd eerst vanuit geld en kaders te redeneren.
Ik ben ook een tijd zorgbestuurder geweest, en ik ken deze dynamiek maar al te goed: we zijn soms zo druk met zorgen dat aan het einde van de dag de spreadsheet klopt, dat we ons vergeten af te vragen of ons hart nog wel voor de patiënt klopt.
Dit rendementsdenken is op veel plekken dominant. En de kritiek daarop zwelt al jaren aan. Toch blijkt het moeilijk om van slechte gewoontes af te stappen. We financieren te vaak alleen wat we kunnen meten. We registreren elke ademteug van de professional. En risico’s proberen we in te dammen met extra regels.
Ik begrijp waarom dit zo gaat. Dit is het systeem waarin we opereren. Maar het zorgt ervoor dat we de meest kwetsbare mensen niet kunnen bieden wat ze nodig hebben: rust, duidelijkheid, veiligheid.
Dat geldt in het bijzonder voor mensen met onbegrepen gedrag. Sommige patiënten worden door wel 60 klinieken afgewezen. Het lukt ons niet om een “sluitend zorglandschap” te realiseren.
Ik denk we deels terug moeten keren op onze schreden, als het gaat om ambulantisering. Niet iedereen is gebaat bij meedoen, zeker niet in onze overprikkelende samenleving, met korte lontjes en steeds eenvoudiger verkrijgbare lijntjes. We moeten kwetsbare mensen soms juist de ruimte geven om in de luwte te leven. Juist niet in de samenleving dus, maar bijvoorbeeld op een instellingsterrein.
Vlakbij Groningen, in Zuidlaren, woonden vroeger 1500 mensen op zo’n terrein.
Dat was echt een therapeutische gemeenschap. Nu is er nog plek voor 300 mensen. En alleen de lastigste gevallen komen er terecht, waardoor het dorp er juist meer last van heeft.
Ik uit deze kritiek op ambulantisering ook met onze eigen mensen in gedachten.
We voeren gesprekken over steekvesten en persoonlijke beveiliging, maar ondertussen is het echte probleem dat we niet kunnen opschalen als het nodig is.
Al die protocollen, regels en mallen hebben natuurlijk een functie. Ze zorgen dat iemand met een depressie bij een psychiater komt, en iemand met een verslaving in de verslavingszorg. Maar over mensen met meerdere problemen tegelijk zeggen we te vaak: deze is niet van mij. Ik weet dat jullie soms ook in absurde situaties terecht komen. Dat het CIZ geen indicatie wil geven omdat iemand niet voor zijn 12e levensjaar gediagnosticeerd is als licht verstandelijk beperkt.
Dat jullie bij gebrek aan bedden, dan maar op straat monitoren, fingers crossed…
En toch: als burgemeester kijk ik soms na een lange dag met een zware casus om me heen en dan vraag ik me af waar iedereen is gebleven.
Want als iedereen zijn handen ervan aftrekt, dan komt het uiteindelijk toch bij mij terecht. En tegen die tijd heb ik nauwelijks instrumenten om de veiligheid van de patiënten van mijn inwoners te garanderen.
Ik herinner me nog goed hoe ik, bijna twintig jaar geleden, pas burgemeester was in Maarssen. Daar kwam ik in een situatie terecht, waarin ik me behoorlijk machteloos voelde.
Een man stond op het dek van zijn woonboot met grote slagersmessen te zwaaien naar omwonenden. Iemand vanuit de GGZ ging er heen, maar kwam terug met de mededeling: Ik kan de situatie niet beoordelen, want meneer is te agressief.
Joh.
Dit gebeurde niet een keer, of twee keer. Meerdere keren werd meneer niet beoordeeld. Het gevolg: de situatie liep uit de hand. De machteloosheid herkent u misschien wel.
En dan kon ik aan deze man nog vrij veel tijd besteden. Met mijn team kon ik een sluiproute verzinnen. Maar die tijd heb ik tegenwoordig niet meer. Ik krijg elke week wel een of meer van dit soort situaties langs. Situaties waar ik soms echt wakker van kan liggen.
We proberen wel plekken te vinden voor deze mensen, en ik zal direct toegeven
dat gemeenten ook meer plekken moeten realiseren.
Tegelijkertijd ontvangt geen woonwijk mensen met onbegrepen gedrag met open armen. In Groningen hebben we het besluit genomen om een kleinschalige opvang te realiseren, voor 9 mensen met verslavings- en/of psychiatrische problematiek. Skaeve Huse, u kent ze wellicht.
Een deel van de omwonenden is fel tegenstander, ondanks dat er veel inspraak is geweest.Onze wethouders hebben flink wat te verduren gehad. Niet altijd even vriendelijk.
En ik snap de angst ook. Weer een krantenartikel met de tekst “hij was in beeld bij de instanties” wekt niet echt het vertrouwen dat je buurt er veiliger op wordt als die mensen vlakbij komen wonen.
Voordat ik burgemeester van Groningen werd, nam ik waar in Almelo. In 2021 bracht een man daar twee vrouwen om het leven met een mes. Ook schoot hij met een kruisboog vanaf het balkon. Dit speelde al voordat ik kwam, maar de naweeën heb ik wel ervaren.
Vlak na de moorden was er veel verdriet en onbegrip. Dat sloeg snel om in verontwaardiging. De dader was namelijk al eens gesignaleerd terwijl hij tegen een hond zat te blaffen; en onder invloed van drugs had hij een mes in zijn eigen buik gestoken. Met andere woorden: deze man was in beeld, waarom was niet ingegrepen?
De Nederlandse School voor Openbaar Bestuur onderzocht wat er misging in Almelo.[xv] De School concludeerde dat organisaties verschillende talen lijken te spreken. Omdat iedereen een eigen taak, eigen processen en eigen procedures heeft. Iedereen redeneert vanuit zijn eigen perspectief.
In de basis, zo stelt de NSOB, lijkt het zo simpel:“gewoon samenwerken en elkaar alle informatie geven die relevant zou kunnen zijn”.
De werkelijkheid is natuurlijk weerbarstiger. Er ontstaan tijdens de samenwerking talloze dilemma’s; denk alleen maar aan de privacywetgeving. En de dynamieken die dan tussen organisaties ontstaan kosten soms meer tijd dan de casus waar het mee begon. De NSOB noemt dat het “onbegrepen gedrag van organisaties”…
Hoe kan het toch dat we soms zo anders naar de wereld lijken te kijken?
Nog een casus, van een jonge vrouw. Ze was misbruikt in haar jeugd en wilde een eind aan haar leven maken. De hulpverleners konden het niet meer aan en trokken aan de bel. Niemand wilde haar beoordelen. Niemand wilde haar opnemen. Opname was niet in haar belang, kreeg ik te horen. Dezelfde dag haalden de hulpdiensten haar drie keer uit het water, omdat ze zichzelf probeerde te verdrinken. Drie keer! En de geneesheer-directeur gaf in een gesprek met mij aan dat ze nog steeds vond dat ze de goede afweging hadden gemaakt.
Maar vanuit welk perspectief? En voor wie dan? Begrijpt u dat ik het niet kan uitleggen?
Voor de goede orde - en voordat u “nou nou nou” gaat mompelen bij mijn gemopper - er zijn gelukkig ook heel veel gevallen die wel opgelost worden. Omdat vroegsignalering werkt. Omdat mensen worden opgevangen, ook als de indicatie niet klopt. Omdat de wijkagent en de psychiatrisch verpleegkundige doen wat nodig is, in plaats van wat is toegestaan.
Dat laat onverlet dat de centrale vraag in de samenwerking telkens weer blijkt, Wie legt wanneer de juiste puzzel?
Of, zoals de NSOB concludeert: “De samenwerking, de informatie-uitwisseling:
het is beoogd, bedoeld en gewild, maar het blijft een verantwoordelijkheid van iedereen en daarmee eigenlijk van niemand.”
Nu ik burgemeester van Groningen ben, herhaalt het patroon zich.
Kortgeleden speelde er in Groningen een casus waarin alles samenkomt. Een voormalig Tbs’er belde zelf de politie. Hij was onder invloed en behoorlijk overstuur. Meneer vond dat zijn buurkinderen hem pesten, en dreigde dat hij ze iets aan wilde doen. Agenten kregen hem niet rustig.Toen hij dreigde hen te vermoorden, konden ze hem aanhouden.
Een dag later, toen meneer weer rustig en nuchter was, volgde de beoordeling: geen acuut toestandsbeeld, en geen psychische stoornis. Tot zover, de Wvggz. Bij de forensische collega’s oordeelde men dat meneer naar huis kon, met opvang en begeleiding thuis.
Het is goed dat u weet wat ‘thuis’ betekende voor deze meneer: zijn woning was afgesloten van gas en licht. Schimmel teisterde zijn muren; muren die bovendien niet dik genoeg waren om geluid buiten te houden.
Deze casus maakte mij zeer onrustig. Ik besloot daarom een mail te sturen aan de betrokken partijen. Ik weet namelijk dat jullie van de GGZ dat soms wat lastig vinden, als het dan op papier staat, en dat was in dit geval ook wel een beetje de bedoeling want ik wilde dat de GGZ óók onrustig werd van deze casus. Er volgde een mailwisseling.
De politie was blij dat het signaal bij de GGZ onder de aandacht werd gebracht. De GGZ schreef dat ik erop kon vertrouwen dat de grenzen van de Wvggz nadrukkelijk waren opgezocht.
Nu heb ik onlangs gesproken met de collega’s van de forensische psychiatrie. Het bleek, gelukkig, dat ze zelf óók onrustig waren over deze casus. Dat er onderling ook geen eensgezindheid was, maar dat uiteindelijk doorslaggevend was dat deze meneer zelf verbetering wilde, medicatie kreeg zodat hij stopte met drinken, en geen acuut beeld had.
Het OM tot slot, kwam met een nogal belerende mail over hoe de wet werkt, maar ook met de conclusie dat meneer naar huis mocht.
Voor de goede orde: het gaat me niet om wie “gelijk” heeft. En, uiteraard, iedereen doet zijn stinkende best. Binnen de kaders en vanuit het eigen, per definitie, beperkte perspectief.
Het perspectief van de politie ligt vooral op capaciteit en veiligheid. Het perspectief van de GGZ ligt met name bij de patiënt. Het perspectief van het OM ligt bij de regels. Mijn perspectief is juist de samenleving in zijn geheel. Hoe bescherm ik mijn inwoners?
En ja, dan zeg ik liever achteraf sorry als ik te veel heb gedaan, dan dat ik achteraf moet verantwoorden waarom ik te weinig heb gedaan. Want laten we wel wezen: als het misgaat, wie mag dat dan aan de samenleving uitleggen?
En ik hoop dat ik hier vandaag, door het delen van mijn perspectief, ook een beweging op gang kan brengen, waardoor we als partijen gezamenlijk gaan kijken naar die brede context.
Dat we niet alleen afwegen vanuit capaciteit, de patiënt, of de grenzen van de wet, maar ook de vraag stellen of we onszelf morgen in de spiegel kunnen aankijken als het toch misgaat.
En als u zegt: dat mogen wij niet, of dat kunnen wij niet. Vertel me dan hoe ik u kan helpen. Ik wil graag met u naar Den Haag als de verandering daar moet beginnen.
Want zoals de bekende activiste en zangeres Joan Baez ooit al zei: Actie is het tegengif voor wanhoop. En u heef uw portie wanhoop inmiddels gehad.
En er is ook reden om hoop te hebben, zoals ik u had beloofd.
In Groningen rijdt bijvoorbeeld al een aantal jaren een pscyholance rond. Een ambulance bestuurd door een huisartsenchauffeur met een GGZ-verpleegkundige aan boord. Deze wagen is prikkelarm ingericht en helpt om mensen met onbegrepen gedrag te kalmeren en sneller op de juiste plek te krijgen. Nu moet ik wel bekennen dat er onlangs een pscyholance een half uur stil stond op de grens tussen Drenthe en Groningen, omdat een verwarde Groninger in Drenthe was gevonden en de instanties er onderling niet uit kwamen... (maar meestal gaat het goed!)
Ook draaien we een proef waarbij agenten samenwerken met een sociaalpsychiatrisch verpleegkundige. Van beide kanten wordt dat als waardevol ervaren. Zo zegt een verpleegkundige: “Eerder was er nog wel eens onderling onbegrip: waarom doe je dit wel of niet? Door met elkaar te werken, ontstaat begrip.” Door onderdeel te zijn van het wijkteam, leerde de verpleegkundige zijn cliënt in het bredere perspectief van de wijk te zien.
Een agent constateerde dat waar eerder de nadruk lag op het oplossen van een melding er nu wordt gekeken naar het oplossen van een probleem. Ze kunnen bovendien een casus vaak eerder overdragen, zodat ze meer tijd over houden voor politiewerk.
De crux, zo vertelden deze professionals mij onlangs, is dat je elkaar goed kent, omdat je elkaar dan gaat vertrouwen.
Wat nog beter kan, zo schetsten zij, is dat we op tijd bij elkaar komen. We zijn nog veel te vaak te laat. Daarom zitten de ketenpartners in Groningen nu wekelijks bij elkaar. Dan bespreken ze alle E33 meldingen, om te voorkomen dat het uit de hand loopt. En we zien dit jaar ook een daling in de meldingen en in de incidenten. Of dat structureel is, moet nog blijken, maar ik heb goede hoop.
Elkanders perspectief zien, niet alleen de patiënt, de dader, of de wijk, maar het hele plaatje, dat vergroot onze professionele empathie. Het zorgt ervoor dat we samen eigenaar worden van een probleem.
Het is ook het begin van mijn antwoord op hoe we verder moeten. Een eerste antwoord op de vraag hoe we onze tijdgeest kunnen kantelen.
De tijdgeest is geen gegeven, het is geen autonome kracht. Wij leven in het hier en nu, en kunnen de tijdgeest veranderen, als we in beweging komen. Of, zoals een wethouder in Groningen in de jaren zeventig al zei: buig niet voor de tijdsgeest, maar buig de tijdsgeest om.[xvi]
Ik heb al een paar keer gezegd dat de wereld ingewikkelder is dan onze protocollen ons doen geloven. Ik besef me dat ik tot u spreek vanuit mijn eigen praktijk, mijn eigen perspectief. Ik zal daarom voorzichtig zijn met al te stellige beweringen over hoe het wel moet.
Toch wil ik drie suggesties doen.
De eerste is dat we meer ruimte maken voor de werkelijkheid. We verschuilen ons allemaal wel eens achter regels en protocollen. Maar er mag vaak veel meer dan we denken.
Van Tongerloo, maar bijvoorbeeld ook een organisatie zoals het Instituut voor Publieke Waarden laten zien dat de wet vaak meer toestaat dan we denken en dat er buiten de kaders een wereld aan mogelijkheden bestaat.
Als iemand zegt: dit mag niet, hier ben ik niet van, deze past niet, moet de reactie niet zijn, “okay, we kijken verder”, maar: is dat wel echt zo?
Onlangs sprak ik een psychiatrisch verpleegkundige, Roberto, die zo werkt. Dat raakte me diep, omdat hij laat zien dat het anders kan. Roberto maakt ruimte voor zichzelf. Rekt de regels op. Gaat tot het uiterste, steeds in het belang van de patiënt en diens omgeving.
Hij vertelde hoe hij altijd eerst handelt, en de bureaucratie later wel in orde maakt. Een gang naar de klachtencommissie neemt hij op de koop toe. Zijn collega jurist van de organisatie ontvangt hem altijd lachend. En, niet onbelangrijk, hij krijgt rugdekking van zijn bestuurders en leidinggevenden. Hij vertelde het alsof het de gewoonste zaak van de wereld was,
terwijl de wijkagent – zijn evenknie bij de politie – instemmend knikte. Het kan dus wél.
Het tweede gaat om geld en personeel, en ik weet dat dat ingewikkeld is. Toch denk ik dat dit wel samenhangt met het eerste punt. We mogen misschien wel meer of anders financieren dan we denken. En misschien moeten we hier ook kritisch zijn op onszelf. Soms zijn tien of nog meer partijen betrokken bij een patiënt. Dat overleg, met al die mensen aan tafel: wat kost dat? Kunnen we dat geld niet beter gebruiken? In Groningen opperden juist onze partners
dat de gemeente procesregie moet nemen. Dat we gewoon moeten zeggen tegen de partners:
en nu gaan jullie aan de slag.
Bovendien, als we zorgen dat professionals niet alleen de regels hoeven te volgen,
maar ook hun ervaring én hun intuïtie in mogen zetten, wordt het werk ook aantrekkelijker.
We hebben te lang, tegen onze zin, robots gekweekt, maar wat we nodig hebben zijn mensen
die de moed hebben om van plannen en modellen af te wijken.[xvii] Wat minder Excel en wat meer Roberto. Het derde is een zaak van de langere adem: er is een mentaliteitsverandering nodig.
In politiek en bestuur, in de samenleving en ook in de GGZ. Ik geloof ook dat die wel is ingezet, hoe langzaam ook. Dat we weg bewegen van het rendementsdenken, en meer naar de mens willen kijken.
Barmhartigheid, naastenliefde. Het zijn woorden die we lang hebben afgedaan als ouderwets,
maar volgens mij heeft de samenleving behoefte aan deze waarden.
Zingeving in je werk. De overtuiging dat je het goede aan het doen bent. Dat is toch wel waarom ik dit werk doe. En jullie toch ook?
Van ons als bestuurders, als leidinggevenden, vraagt dat kleine revoltes in onze dagelijkse praktijken. We moeten onze mensen toestaan, aanmoedigen zelfs, om kleine daden van verzet te plegen tegen het systeem, zodat zij kunnen doen wat nodig is, omdat de werkelijkheid dat vraagt.
Wij moeten voor hen gaan staan. Voor collega’s, voor andere organisaties en voor elkaar.
We moeten samen een coalitie vormen, die de rug recht houdt als iemand roept dat barbertje moet hangen. We moeten doen wat goed is en wat nodig is, niet wat het systeem ons opdraagt.
Dat betekent ook samenwerken vanuit het idee van een gezamenlijke opgave.
Dus niet in de kramp schieten van: mijn budget, mijn mensen, mijn tijd, mijn bedden,
mijn risico’s. Maar: hoe helpen we deze mensen en hoe helpen we elkaar.
Ik denk oprecht dat we al een heel eind komen, als we net wat vaker zeggen: hoe kan ik je helpen. En net zo goed: wil je mij helpen?
We komen een heel eind, als we elkaar ruimte geven om te doen wat mogelijk is.
Soms is het ook heel simpel en praktisch. Zo vertelde een huisarts mij over zijn samenwerking met een psychiater. De psychiater heeft goede afspraken met de patiënt over medicatie. De huisarts begeleidt, maar de medicatie blijft van de psychiater. De professionals hebben elkanders nummer en bellen als ze elkaar nodig hebben.
Diezelfde huisarts deelt bij een andere patiënt het eigenaarschap met iemand van het wijkteam. Ze gaan om en om langs en zijn buiten kantoortijden voor elkaar bereikbaar. Zo voorkomen ze dat ze dat deze patiënt afglijdt of uit beeld raakt.
Het is, opnieuw, een stap in de richting die ik voor me zie: samen eigenaar willen zijn.
Ik kan niet in jullie praktijken kijken. Maar voelen jullie je gedeeld eigenaar? Hoe vaak zitten jullie aan tafel met agenten, de officier, de burgemeester. Echt aan tafel, face to face? Is dat structureel, bedoeld om samen beter te worden? Of alleen omdat er een crisis is?
Ik weet ook dat er naast dit alles nog veel meer te doen is. Hoe zorgen we dat goede initiatieven, structurele verbetering opleveren? Waar halen we goede mensen vandaan? Waar vinden we geschikte plekken voor de moeilijke gevallen? Hoe nemen we de samenleving hierin mee? Hoe maken we onze lobby effectiever zodat er werkbare wetten komen? Hoe verbeteren we preventie?
Ik weet het ook niet allemaal, maar laten we afspreken dat we niet langer zeggen: mag niet,
kan niet, zijn we niet van, en in plaats daarvan te zeggen: wij gaan dit samen oplossen.
Zelfs de cultuurpessimist Johan Huizinga sloot zijn boek af met de hoop dat jongere generaties in staat zouden zijn om de wereld ten goede te keren. Voor iemand die voorspelde dat zijn wereld ten onder zou gaan, was dat meer hoop dan je redelijkerwijs mocht verwachten.
Dat is een bemoedigende boodschap. Ik heb die hoop ook. Alleen hoeven wij niet te wachten op een volgende generatie. Liever zet ik hoop in, zoals de Tsjechische dissident en latere president Václav Havel het deed:
Hoop, niet als overtuiging dat het in orde zal komen, maar hoop als zekerheid dat het zinvol is wat we doen, hoe het ook afloopt.
Of het goed afloopt, kan ik u dan ook niet garanderen, maar ik weet zeker dat het zinvol zal zijn om onze tijdgeest te kantelen. Niet omdat het geld oplevert, of succes, maar omdat het ons in staat zal stellen om samen van betekenis te zijn voor de mensen die onze hulp het hardst nodig hebben.
Dank u wel.
[i] Johan Huizinga, In de schaduwen van morgen. Een diagnose van het geestelijk lijden van onzen tijd, 1935.
[ii] Auke van der Woud, https://www.volkskrant.nl/boeken/voor-een-goed-begrip-van-wat-beschaving-inhoudt-moet-je-niet-bij-johan-huizinga-zijn~ba1bae01/ , 20 december 2024 (Artikel gaat over Huizinga’s werk Homo Ludens).
[iii] WRR, Kiezen voor houdbare zorg. Mensen, middelen en maatschappelijk draagvlak (2021).
[v] WRR, Grip. Het maatschappelijk belang van persoonlijke controle (2023).
[vi] https://www.groene.nl/artikel/hoe-den-haag-uit-nederland-verdween
[vii] De Brits-Poolse socioloog Zygmunt Bauman noemde dit de ‘vloeibare moderniteit’.
[viii] Michael Sandel, De tirannie van verdienste (2020)
[ix] Ontleend aan de Groningse cultuurfilosoof Thijs Lijster, Wat we gemeen hebben (2022).
[x] WRR, Kiezen voor houdbare zorg. Mensen, middelen en maatschappelijk draagvlak (2021).
[xi] Zie bijvoorbeeld ook: Eindrapport Parlementaire Verkenning, Verward/onbegrepen gedrag en veiligheid. Juli 2024. https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2024D28280&did=2024D28280
[xii] https://www.volkskrant.nl/binnenland/hoe-de-politie-verwarde-personen-probeert-te-helpen-door-ze-de-cel-in-te-krijgen~bfb1ccdb/ . Ca 400-600 fte.
[xiii] https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2024D28280&did=2024D28280
[xvi] Motto van Max van den Berg, die als jonge wethouder tegen de tijdsgeest in het verkeerscirculatieplan in Groningen invoerde.
[xvii] Advies NSOB: Laat zien dat in geval van snelle escalatie de moed bestaat om van die plannen en modellen af te wijken en sneller op te schalen.